Deze week een opmerkelijk nieuwsbericht over een onderzoek uitgevoerd naar de werkzaamheid en dosering van chemotherapie in het Erasmus MC. 
De vraag die NIET gesteld wordt is of de patient zonder chemo het misschien nòg beter zou doen dan mèt chemo?
Dat zou natuurlijk de logische conclusie zijn van dit onderzoek: minder hoge dosering van cytarabine leidt tot een beter resultaat, dus waar ligt de grens? Hoeveel minder kan het dan zijn?
Wie durft gaat dàt onderzoeken!
Hieronder het persbericht en de bijwerkingen van het “giftige medicijn cytarabine”
Leukemiepatiënten krijgen een tien keer hogere dosis van het giftige medicijn cytarabine dan noodzakelijk. Dat hebben Nederlandse onderzoekers ontdekt.

 (Novum) – Leukemiepatiënten krijgen al twintig jaar een tien keer hogere dosis van het giftige medicijn cytarabine dan noodzakelijk. Dat hebben Nederlandse onderzoekers ontdekt, meldt het Erasmus MC. Door de dosering te verminderen krijgen patiënten een stuk minder last van ernstige bijwerkingen, denken de onderzoekers.

Een team onderzoekers van onder meer het Erasmus MC onderzocht 860 volwassenen met leukemie. Een groep kreeg chemokuren met een hoge dosering cytarabine en een andere groep kreeg een bijna tien keer lagere dosering.

De werking van het medicijn dat groeiende cellen doodt bleek bij beide doseringen gelijk. Patiënten met een lagere dosering zijn volgens de onderzoekers echter veel beter af, omdat bijwerkingen als neurologische klachten, ontstekingen en darmklachten substantieel afnemen. Ook hoeven patiënten met een lagere dosering minder vaak een bloedtransfusie te ondergaan en liggen ze minder lang in het ziekenhuis.

De onderzoekers denken dat hun bevindingen leiden tot een wereldwijde aanpassing van de dosering van het medicijn. “De lagere dosis zal de standaard worden”, verwacht Bob Löwenberg, hoogleraar hematologie bij het Erasmus MC.

Het medicijn wordt sinds de jaren zestig op grote schaal gebruikt bij leukemiepatiënten. Sinds twintig jaar krijgen patiënten wereldwijd een ruim dertig keer hogere dosis dan in de beginperiode gebruikelijk was.

De bevindingen van de onderzoekers worden woensdag gepubliceerd in het Amerikaanse tijdschrift The New England Journal of Medicine.

 
Bijwerkingen van cytarabine  (bron: http://www.fk.cvz.nl/)

Lage-dosis therapie: Dosis- en schema-afhankelijke beenmergdepressie gepaard gaande met anemie, leukopenie, trombocytopenie, megaloblastose. Frequent: maag-darmstoornissen zoals anorexie, misselijkheid en braken (m.n. na snelle i.v. injectie), diarree; leverfunctiestoornissen, koorts, ‘rash’, tromboflebitis, orale en anale ontstekingsreacties/ulceraties. Minder vaak: conjunctivitis, pericarditis, lentigo, geelzucht, huidulcera, duizeligheid, CZS-toxiciteit, pneumonie, neuritis, oesophagitis, keelpijn, pruritus, kortademigheid, hoofdpijn, nierfunctiestoornissen, anafylactische reacties, alopecia en cellulitis op de injectieplaats. Zelden een late vorm van progressief opstijgende verlamming na intrathecale toediening. Bij combinatietherapie is acute pancreatitis beschreven.

Hoge-dosis therapie: ernstige en soms fatale toxiciteit van het centrale zenuwstelsel, maag-darmkanaal en het ademhalingsstelsel met symptomen zoals corneale toxiciteit, hemorragische conjunctivitis, cerebrale en cerebellaire disfunctie (alteraties in persoonlijkheid, slaperigheid, coma), ernstige ulceratie in maag-darmkanaal met pneumatosis cystoïdes intestinalis, leidend tot peritonitis, sepsis, leverabces, leverbeschadiging met hyperbilirubinemie, darmnecrose en necrotiserende colitis. Longoedeem. Zelden ernstige huiduitslag met schilfering en irreversibele neurologische afwijkingen. Cardiomyopathie met dodelijke afloop is gemeld door combinatie met cyclofosfamide bij beenmergtransplantatie. 6–12 uur na toediening kan een Castleberry-syndroom optreden gekenmerkt door koorts, myalgie, botpijn, soms pijn in de borstkas, maculopapuleuze ‘rash’, conjunctivitis en malaise.
Intrathecale toediening: arachnoïditis met symptomen van meningeale prikkeling zoals hoofdpijn, misselijkheid, braken, koorts, rugpijn, convulsies, nekpijn, stijve nek, hydrocephalus, meningisme, voorbijgaande verhoging van liquoreiwitten en witte bloedcellen, al dan niet met een verminderde bewustzijnstoestand. Ernstige toxiciteitseffecten van het centrale zenuwstelsel, waaronder blindheid en myelopathie, soms leidend tot een permanente neurologische afwijking, zijn gemeld. Beenmergremming kan niet worden uitgesloten.

U zij gewaarschuwd!